Mevrouw de Minister,
Beste Joke,
Het is allerminst mijn bedoeling om u belachelijk te maken met uw eerste publieke optreden in het infotainmentprogramma "Ter Zake". Voorts wil ik zeker niet gezegd hebben dat u geen bal kent van het departement dat u de komende vijf jaar gaat leiden. U leest immers wel eens een boek en u gaat om de zes maanden naar het dorpstoneel. U was dus op zijn minst al een ervaringsdeskundige in uw vakgebied, nog voor u er goed en wel aan begonnen was.
Neen Mevrouw, uw beleid op de korrel nemen nog voor u de kans heeft gekregen "Cultuur" op te zoeken in de dikke Van Dale, dat doe ik niet. Dat doen de kunstenaars en de krantencommentatoren wel in mijn plaats. Onder andere die ene commentator die eergisteren nog stelde dat we "de jonge generatie het voordeel van de twijfel moesten gunnen". Amen !
Misschien kan ik u gewoon wat inzichten meegeven. Met de kleine "i", zeg maar, een beetje zoals kunst met de kleine "k". Of waarom cultuur en kunst als maatschappelijke gegevens volgens mij net iets belangrijker zijn dan u nu al hebt laten uitschijnen...
Ik heb daarbij eenvoudige woordjes gebruikt, Mevrouw de Minister, zodat zelfs u ze zal kunnen begrijpen. Misschien bent u er niets mee. Het regeerakkoord (waarvan u beweert dat "alles erin staat") is immers al opgesteld. En u gaf aan daar niet van te zullen afwijken. Soit, baat het niet, het schaadt ook niet.
Waarom kunst belangrijk is voor ieder van ons.Kunst levert een blik op de wereld. Heel vaak een kritische blik, op zijn minst een creatieve en bijgevolg productieve blik, en dit zowel bij de kunstenaar als bij de kijker. Kunst bestaat immers slechts bij gratie van een participatie: men moet “moeite” doen indien men wil “begrijpen”, wil men iets “zien”. Kunst activeert het individuele van de mens en bezit aldus een emanciperend potentieel.
Maar kunst maakt ons er ook op attent, via het stimuleren van de reflectie en zelfreflectie, dat wij een plaats hebben in een wereld. Kunst dwingt ons tot het kiezen van een standpunt, en standpunten zijn nodig willen we de ruimere wereld kunnen beschouwen en, daarop volgend, handelen. Creativiteit (en dus vernieuwing), kritisch bewustzijn, emancipatie, participatie in en aan 'de wereld', het overdacht innemen van een standpunt...
Zo begrepen kan kunst, binnen een bredere maatschappelijke context, ook een hefboom zijn voor een positieve omgang met diversiteit. Kunst is immers altijd 'anders', en leert ons dan ook met het andere, het vreemde om te gaan, op gelijke voet. Wat we leren van het kunstwerk geldt ook voor de wereld, waarvan het een spiegel is.
Maar kunst is niet zo gemakkelijk, meestal toch niet. Dat zal u wellicht nog mogen ervaren, Mevrouw de Minister. Makkelijk is kunst overigens nooit geweest. En toch is het belangrijk, zoals we hebben gezien, dat zoveel mogelijk mensen kunnen participeren. De vraag is dan ook hoe de wil tot participatie kan worden uitgebreid en gestimuleerd. Uiteraard hebben de gesubsidieerde overheidsinstellingen daarin een rol te spelen, maar niet enkel zij. Die instellingen hebben overigens ook andere taken, en worden nu al niet al te rijkelijk gesubsidieerd.
Participatie in kunstbeleving dient in de eerste plaats gestimuleerd te worden door middel van onderwijs, voorafgaand aan de kunstervaring dus, om zo die kunstervaring ten volle mogelijk te maken, niet gehinderd door een pedagogie die vaak al te dwingend is en dus niet in overeenstemming met het emanciperend potentieel van de kunst zelf. De bereidheid tot participeren is een attitude, de participatie zelf, welke de kunstervaring mogelijk moet maken, een handeling.
En ook de media die gefinancierd worden door de overheid dienen hun verantwoordelijkheid op te nemen, op een volwassen en hedendaagse manier, waarbij de toekomstige kijker en lezer niet betutteld wordt of slechts via het spel en spektakel betrokken wordt, schijnbaar betrokken. Vandaar, onder andere, wellicht ook de herhaaldelijk geformuleerde suggestie van ongeveer iedere (echte) deskundige om de bevoegdheden Media en Cultuur onder de voogdij van één minister te brengen. Suggestie waarvoor u en de anderen in uw ploegje, als "ervaringsdeskundigen", Oost-Indisch doof zijn gebleven. Kwestie van een eerste statement te maken ... ?
Maar terug naar mijn betoog met de kleine "b".
Ook de werkgever kan een rol spelen. Wanneer bijvoorbeeld in Japan (en ook in bepaalde bedrijven hier) de werkgever de werknemer de mogelijkheid geeft om te sporten (zelfs tijdens de uren), waarom zou hij dan niet hetzelfde kunnen doen voor pakweg het bezoek van een tentoonstelling of het volgen van een cursus kunstgeschiedenis mogelijk te maken? Een gezonde geest én een gezond lichaam… Participatie in kunst stimuleert immers een aantal attitudes die belangrijk zijn voor de ontwikkeling van onze (kennis)economie. De onmiddellijke impact daarvan op de werkvloer is misschien niet onmiddellijk waarneembaar – lees : brengt niet onmiddellijk op, maar op termijn…
Om dan nog te zwijgen van de belangrijke economische waarde die de kunst- en bij uitbreiding culturele sector vertegenwoordigt. Maar laat dat nu niet het doorslaggevende element zijn. Of het zou moeten zijn dat we een hedendaagse economie expliciet gaan koppelen aan ‘het goede leven’, aan levenskwaliteit, moeilijker te becijferen, maar des te gemakkelijker te begrijpen. Dan krijgen we uiteraard een ander verhaal. Een verhaal dat vermoedelijk niet op eigen initiatief door de markt zal worden geschreven, en dat we dus ook niet geheel aan die markt kunnen uitbesteden.
Enfin, dit alles om maar te zeggen dat Cultuur geen prutsdepartementje is. Om maar te zeggen dat de overheid - en dus ook ù, Mevrouw de Minister, hier een belangrijke rol te spelen heeft. Dat men best wat kaas heeft gegeten van de materie waarvoor men bevoegd is, lijkt me evident, maar wie ben ik ?
In alle bescheidenheid, beste Joke, wil ik je suggereren vanaf nu wat meer tijd te steken in het domein waarvoor je bevoegd bent, eerder dan in je televisieoptredens. Dat kost wellicht wat meer moeite, maar dat zou ons wat beter uitkomen, snap je ?Dat je daarvoor misschien best eens je licht opsteekt bij de mensen die actief zijn in het veld zelf, de kunstwereld dus, lijkt me een eerste, vanzelfsprekende stap.
Mag ik je misschien een eerste boekske aanraden ? 't Is niet dik, hoewel er tot mijn spijt geen prentjes in staan. Ik heb het ook gelezen en vind dus niets uit. Het boekske is getiteld 'Een gemeenschappelijke visie en voorstellen voor de beeldende-kunstsector in Vlaanderen’(BAM, Instituut voor beeldende en audiovisuele en mediakunst, 2009). Voorwaar een boekske om te koesteren, beste Joke, om het eens met je verkiezingsslogan te zeggen.
Misschien toch even raadplegen dit weekend ?